Absenteïsme of ziekteverzuim is een bekende kostenpost voor bedrijven en overheden. Moet dat altijd leiden tot arbeidsverzuim is een eerste vraag. Maar wat dacht je van een medewerker die weliswaar aanwezig is, maar nauwelijks productief is doordat hij is uitgeput of zich niet gemotiveerd voelt? Dit heet presenteïsme. Specialisten noemen dit fenomeen ook wel de ‘burn-in’. Vaak een voorloper van de burn-out. Experts schatten de kosten van presenteïsme dubbel zo hoog als die van absenteïsme! Overheid en verzekeringen dragen een deel van de kostprijs van mensen die ziek thuisblijven of hun loopbaan onderbreken. Mensen die aanwezig zijn maar weinig of niets presteren, kosten de werkgever veel meer dan mensen die verzuimen. Daarnaast geneest iemand met een burn-in veel slechter van zijn uitputting als hij niet thuisblijft en is hij vaak oorzaak van arbeidsongevallen. De problemen blijven zo veel langer aanslepen dan bij een collega die op ziekteverlof gaat. Door mensen met een burn-in te stimuleren naar het werk te komen, dragen werkgevers dus onbedoeld bij aan de hoge kostprijs van presenteïsme. Om het tij te keren, zien we steeds meer werkgevers investeren in het welzijn op het werk. Ze vergroten de controle op de werkdruk en herwaarderen mensen sneller, inclusief salarisverhoging en promoties.